"Wij Zijn Geen Terroristen!"

G3W: Analyse

Tita LubiFilippijnse terroristen, het zijn er 649, als we de Filippijnse overheid mogen geloven tenminste. In werkelijkheid zijn velen van hen mensenrechtenactivisten. En die laten zich niet zomaar brandmerken.

De Filippijnse president Duterte heeft lange tijd geprobeerd om de volksbeweging te vriend te houden. Daarvoor nam hij bij zijn aantreden – intussen anderhalf jaar geleden – progressieve activisten op in zijn kabinet en startte hij vredesonderhandelingen met de communistische guerrilla.

Lang duurde dat niet. Eerst werden de progressieve elementen één voor één uit de regering gezet en enkele maanden geleden kwam er een einde aan de vredesonderhandelingen.

Sindsdien zet Duterte grote middelen in zowel tegen de gewapende guerrilla als tegen de progressieve oppositie. Zijn regering schrikt er niet voor terug om beide over dezelfde kam te scheren en als 'terroristen' te brandmerken.

Dat mag je dezer dagen letterlijk nemen, want de openbare aanklager diende nu een verzoekschrift in bij de rechtbank om de Communistische Partij van de Filippijnen als een 'terroristische organisatie' te bestempelen. Dat is mogelijk onder de Filippijnse antiterrorismewet van 2007, die nu voor het eerst uit de kast wordt gehaald.

Vorige week, toen de tekst van dit verzoekschrift openbaar werd gemaakt, bleek bovendien dat het een lijst bevatte van 649 namen van zogenaamde medeplichtigen die bijgevolg ook als 'terrorist' zouden worden gebrandmerkt.

Deze mensen worden vogelvrij verklaard, als de rechtbank het verzoekschrift van het ministerie opvolgt. Maar in een land als de Filippijnen, waar politieke moorden al jaren schering en inslag zijn, fungeert zo'n lijst, zelfs zonder veroordeling, al als een zwarte lijst in de handen van (para-) militaire doodseskaders.

De samenstelling van de lijst is bovendien hoogst opmerkelijk. Volgens de mensenrechtenorganisatie KARAPATAN staan er bijna 50 bekende mensenrechtenactivisten op. Onder hen bijvoorbeeld Elisa “Tita” Lubi, die vroeger actief was in de vrouwenorganisatie Gabriela en nu mede KARAPATAN leidt. Beide organisaties zijn partners van de NFS.

Er staan ook namen op de lijst van leiders van de scholen voor inheemse kinderen. Alsof dat allemaal nog niet absurd genoeg is, staat ook de naam van Satur Ocampo op de lijst, een voormalig volksvertegenwoordiger. Er staat zelfs een Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties op: Victoria Tauli-Corpuz. Dat leidde tot protest bij haar collega's mensenrechtenexperts bij de Verenigde Naties. Zij kaderden dit in de context van wijdverspreide standrechtelijke executies en aanvallen op kritische stemmen in de Filippijnen.

Deze aanval op Filippijnse mensenrechtenverdedigers en -activisten is inderdaad geen alleenstaand geval. Vorige week nog legde het Business and Human Rights Resource Center de vinger op de wonde. Volgens het onderzoekscentrum zit het aantal aanvallen op mensenrechtenverdedigers in de lift en behoort de Filippijnen, samen met Colombia, Guatemala, Honduras, Brazilië en Mexico, tot de landen waar vorig jaar de meeste gevallen geregistreerd werden.

De Filippijnse mensenrechtenactivisten blijven niet bij de pakken neer zitten en blijven doorgaan met hun werk. Alleen dankzij hun voortdurende strijd kunnen de aanvallen op mensenrechtenverdedigers afgeslagen worden. En daarvoor kunnen ze rekenen op hun partners in Nederland.

Bron: g3w.be/news